Alweer een tijdje geleden bezocht ik het minisymposium van de KNAW over de ‘pensioencrisis’. Zoals meestal waren er vooral ouderen in de zaal en voelde ik me piepjong. 

Drie geleerde heren met grijze haren gingen in op de situatie rondom de pensioenen. Casper van Ewijk bijvoorbeeld, die benadrukte dat Nederland na Denemarken het beste pensioenstelsel in de wereld heeft en dat we daar niet zomaar afscheid van moeten nemen. Door collectief pensioen op te bouwen in een pensioenfonds, worden de kosten gedrukt en het lang-leven-risico wordt verdeeld. Uiteindelijk levert dat meer op dan een individuele regeling.

Er is wel een ‘maar’. En dat is waarschijnlijk precies de reden dat Denemarken beter scoort. De ene deelnemer heeft namelijk aanzienlijk meer profijt van zo’n collectieve regeling dan de andere. Meestal is namelijk sprake van een doorsneepremie: iedere deelnemer betaalt dezelfde premie voor dezelfde pensioenopbouw. Terwijl jongeren in werkelijkheid minder zouden kunnen betalen, omdat hun inleg langer kan groeien.

Grofweg betaal je tot je 46ste relatief veel premie en daarna juist relatief weinig. Wel een beetje jammer voor al die mensen die na 20 jaar werkervaring voor zichzelf beginnen. En voor laagopgeleide mannen die doorgaans korter leven en dus minder lang pensioen zullen krijgen. En natuurlijk voor degenen die wel hebben meebetaald aan de VUT, maar zelf langer door moeten werken.

Een goed voorstel vind ik daarom het idee van pensioenpublicist Bernard van Praag om onderzoek te doen naar de ‘omslagelementen’. Eenvoudig is het niet, maar met wat goede wil is op basis van de inleg, uitbetaald pensioen en rendement na te rekenen wie aan wie betaalt. Dat zou de discussie over de pensioenen een stuk rationeler maken.

Ook deze middag werd er gediscussieerd. Uiteraard over de rekenrente en de regels. Maar ook werd de wezenlijke vraag gesteld of het nu wel zo verstandig is om almaar meer geld in de pensioenen te stoppen. Mensen worden steeds ouder: elke week stijgt de levensverwachting een weekend. Kunnen we niet beter zorgen dat mensen langer door kunnen werken? En samen geld inleggen, maar dan wel met ieder z’n eigen potje?

Duidelijk is in elk geval dat het democratisch gehalte van de pensioenregelingen te wensen overlaat. Juist dat voedt de frustratie. Want wat heb je als deelnemer eigenlijk in te brengen? Wie is de baas over dat geld waar je een dag in de week voor werkt? Je mag niet kiezen bij wie je geld belegt, hoe het wordt belegt, laat staan hoe en wat er wordt uitgekeerd. Dan kan een pensioenfonds z’n communicatie nog zo goed op orde hebben, daar verandert geen pensioenoverzicht wat aan.

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *