Zoals er teksttaal is, zo is er ook beeldtaal. Juist tekstschrijvers doen er goed aan zich de beeldtaal eigen te maken, stelde art director Wim Honders. In een workshop passeerden heel wat handreikingen om sterk beeld te herkennen en te bedenken. De workshop hield Honders al een tijd geleden (voorjaar 2012) bij Tekstnet, maar de inhoud blijft onveranderd: beeldtaal blijft universeel en van alle tijden.

Het werk van beeld- en tekstmensen groeit steeds meer naar elkaar toe. Steeds vaker zal een schrijver met een camera op pad gaan of wordt informatie weergegeven in een infographic. Door in een vroeg stadium van een artikel of uitgave als ‘tekst en beeld’ om tafel te gaan, ontstaan de beste beeldideeën. Een goed idee dus om je ‘beeldgeletterdheid’ aan te scherpen.

Zes criteria voor stopkracht
Beeld beoordelen lijkt subjectief: je vindt het beeld mooi of lelijk. Toch liggen er universele wetten aan ten grondslag die een beeld ‘sterk’ of ‘zwak’ maken. Een sterk beeld heeft ‘stopkracht’: je blik wordt ernaartoe gezogen en blijft hangen. De fotograaf kiest het moment, het licht, standpunt, de scherpte of onscherpte, kleur of zwart-wit en compositie. Die keus heeft een bepaald effect.

Aan de hand van foto’s laat Honders zien dat bij sterke foto’s duidelijk ‘de gulden snede’ zichtbaar is. Niet het midden van de foto, maar een plek ergens op eenderde van de rand blijkt het verhaal van de foto te vertellen. Zwart-wit straalt geloofwaardigheid uit en zorgt voor distantie bij gevoelige onderwerpen, terwijl kleur realistisch en confronterend werkt.

In de pauze krijgen we de opdracht in groepjes drie foto’s te beoordelen op stopkracht, aan de hand van zes criteria. Is het beeld simpel of complex? Helder of diffuus? Rustig of onrustig? Ordelijke of chaotisch? Verrassend of cliché? We komen min of meer op dezelfde score uit. Stopkracht is dus goed te definiëren.

Abstracte begrippen visualiseren
In het tweede deel van de workshop gaat het over hoe je abstracte begrippen visualiseert. Mindmappen is daarvoor een handig hulpmiddel, waarbij je vanuit het centrale idee takken uit laat waaieren door vrij te associëren. Bij ‘frauderen’ komen we op witwassen, verduisteren, wegpoetsen, ontduiken, sjoemelen en spieken. Stuk voor stuk woorden die concrete beelden oproepen. We zien ze terug bij de artikelen over de onderzoeksfraude van wetenschapper Diederik Stapel, met bijvoorbeeld gum en Tippex. Eenvoudig, maar doeltreffend.
Bij een artikel over cultuurbezuinigingen is een sloophamer te zien die beukt tegen het woord ‘kunst’. Een ijzersterke combinatie van tekst en beeld die samen net wat extra’s oplevert. De lezer decodeert het beeld razendsnel en krijgt de boodschap in één oogopslag mee. Daarbij geldt: hoe simpeler, hoe beter.

Visuele bagage
Honders geeft ons nog wat tips mee om geletterder te worden op beeldgebied. Denk in synoniemen bijvoorbeeld. Zorg voor visuele bagage door je te omringen met boeken en bladen. Behoefte aan een goed boek over beeld? Lees – en kijk – dan  ‘Beeldtaal’ van Jos van den Broek, Willem Koetsenruijter, Jaap de Jong en Laetitia Smit, uitgegeven door Boom Onderwijs.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.